Archief

Zwembadeconomie

Lees voor met webReader

Het fascinerende aan economie is dat je het overal op los kan laten. Zoals op het zwembad: zwembadeconomie.

Wanneer je banen gaat zwemmen in een zwembad moet je onder meer bepalen in welke baan je andere zwemmers in de weg gaat zwemmen. Een econoom, zoals ik, ziet hier een allocatieprobleem. Dit probleem is perfect beantwoord als, gegeven het aantal banen, het totale niveau aan ‘ergernis’ voor alle zwemmers geminimaliseerd wordt. Of beter, dat het totale nut van zwemmen gemaximaliseerd is.

Relevante factoren bij dit zwembadeconomische vraagstuk zijn zaken als de zwemsneldheid, fanatisme en de eigen perceptie van waar men zou horen te zwemmen. In mijn lezing begint het bij dat laatste, en vervolgens bepalen ander factoren of je, na verloop van tijd, een andere baan kiest: je kunt wel denken dat je een nieuwe Pieter van den Hoogenband bent, maar als je meer drijft dan zwemt dobber je waarschijnlijk in een baan waar je de rest in de weg ligt.

Fanatisme bepaalt volgens mij ook of je banen telt, en dus hoe belangrijk het is dat je ‘niet in de weg gezeten’ wordt. Als je dat niet doet, steek je gewoon een stuk af en is de kans dat je ‘ergernis’ oploopt door slomere zwemmers tot haast nihil gereduceerd. Ik tel geen banen…

Op basis van voorgaande, en waarneming in de praktijk kan een typering gegeven worden van elke baan in een zwembad. ‘Mijn’ zwembad heeft vier banen:

  1. Bejaarden: hier drijft men meer dan men zwemt, kletst men meer dan men zwemt, en is het voor een niet-bejaarde maar wat moeilijk om jezelf serieus te blijven nemen.
  2. Slome duikelaars en andere mindere goden: hier drijven niet-bejaarden dus, en de minder fanatieke zwemmers die niet op een baantje meer of minder kijken.
  3. Minkukels en de betere goden: naast dat hier de mensen zwemmen die het zwemmen wel snappen, liggen hier zwemmers in het water die als golfslagmachine niet zouden misstaan. Die zijn hyperfanatiek, maar de realiteit dwingt van baan vier naar baan drie.
  4. Toppers: borstcrawlers die het écht kunnen, en een enkele mindere god die het denkt te kunnen en net niet traag genoeg is om te downgraden.

Zo bezien is er een zeker informatieprobleem. Zwemmers in baan vier die beter op hun plaats zouden zijn in baan drie, zwemmers in baan twee die net zo goed in baan drie zouden kunnen liggen en dan nog enkelen in baan twee die qua typologie ook in baan een zouden kunnen dobberen. Afhankelijk van het aandeel in het totaal aantal zwemmers zouden sommige banen ‘overbelast’ kunnen raken en dan wordt er dus uitgewaaierd naar naastgelegen banen: substitutie. Net als in de echte wereld is er geen link tussen baan een, het ‘laagste’ segment, en baan vier, het ‘hoogste’ segment: de tussenliggende banen fungeren als communicerende vaten, wat hier zou betekenen dat als er ‘te’ veel zwemmers in baan vier zijn er uiteindelijk ook meer zwemmers in baan een komen ‘ondanks’ mijn typering.

Zouden bordjes met mijn omschrijving iets helpen? Of zou dat alleen maar meer ergernis wekken? Hmmm…

No related posts.

Leave a Reply

 

 

 

You can use these HTML tags

<a href="" title=""> <abbr title=""> <acronym title=""> <b> <blockquote cite=""> <cite> <code> <del datetime=""> <em> <i> <q cite=""> <strike> <strong>